Zo zou het gaan:
De telefoon gaat: het ziekenhuis in Amstelveen. Mijn moeder is opgenomen en haar toestand verslechtert snel. Ze heeft naar me gevraagd.
Ik pak de auto en scheur naar Amstelveen, alle flitspalen negerend.
In de stromende regen, dat hoort erbij.
Daar, in een steriele ziekenhuiskamer ligt mijn moeder, ze slaapt. Ik ga naast haar zitten en houd haar hand vast. Na een lange tijd doet ze haar ogen open. We kijken elkaar aan. Dan omhelzen we elkaar.
Geen woorden. Alleen vasthouden. Tien kille, boze jaren vallen zomaar ineens weg. Niets wat destijds zo belangrijk scheen, doet er nu meer toe. Uiteraard breekt op dat moment de zon door.
Moeder en dochter.
Daarna een wonderbaarlijk herstel. De doktoren begrijpen er niets van. Al na een paar dagen mag ze naar huis, mijn ouderlijk huis waar ik tien jaar niet meer ben geweest. Alles staat er nog net zo, alsof ik nooit ben weggeweest.
Er breekt een gouden tijd aan. Mijn kinderen leren eindelijk hun oma kennen en we genieten zo ontzettend van elkaar…
Maar dit is de werkelijkheid: gistermiddag vond ik op de mat een grote, witte envelop van een notariskantoor. Ik haalde er een stapel papieren uit en begon die door te bladeren. In eerste instantie begreep ik niet waar het over ging. Woorden als 'machtiging', 'erfgenamen', 'boedel'… ik kon ze niet plaatsen. Totdat ik deze zin las: wij condoleren u met het overlijden van uw moeder.
Ze is op 20 april overleden. Twee weken geleden al. Ik heb geen rouwkaart gekregen, weet van geen begrafenis. De tien kille jaren zijn geruisloos overgegaan in een eindeloze, grauwe winter.
Zo hard.
En zo verdrietig.