Ik zou liegen als ik zei dat ik een natuurmens ben. Natuurlijk, ik realiseer me best dat het goed is als er tussen de huizen zo hier en daar wat bomen staan en er moet ook een veldje zijn waar honden kunnen poepen, maar dan is het wat mij betreft wel klaar. Liever een screensaver van een lommerrijk tuintje, dan een echte tuin die gemaaid en gewied moet worden; liever een gezellige multicultiflat in de bijlmer, dan een pittoresk huisje in het bos.
Er is eigenlijk maar xc3xa9xc3xa9n ding dat ik nog vervelender vind dan in de natuur vertoeven, en dat is bewegen. Daarom viel het advies van mijn coach me ook zo rauw op m'n dak:
'Ga lekker naar buiten! Elke dag een wandelingetje of een stukje fietsen, daar zul je van opknappen', zei ze, nadat ik voor de derde achtereenvolgende week hoestend en hijgend bij haar was neergeploft. De Mexicaanse Vogelgriep had me godsgruwelijk te grazen genomen: een week met hoge koorts in bed en sindsdien een horrorhoest die nooit meer overgaat en een totaal gebrek aan energie. Er moest kortom ingegrepen worden.
'Je boft dat je in Hilversum woont,' zei ze monter, 'welke kant je ook opgaat, je bent altijd binnen tien minuten in een bos of op de hei'.
En dus stapte ik vanmiddag op de fiets en reed Hilversum uit.
Ik volgde een lange, rechte weg met links van mij druk autoverkeer en rechts een bos. Nadat ik met succes drie of vier mogelijkheden om het bos in te rijden had genegeerd, kwam ik op een punt waar de weg overging in ofwel een oprit naar de snelweg, ofwel een fietspad het bos in.
In godsnaam dan maar.
Uit alle macht probeerde ik te genieten van het natuurschoon. Wat een varixc3xabteit aan kale bomen! Bomen die rechtop staan; bomen die omgewaaid zijn; bomen met veel takken; bomen met niet xc3xa9xc3xa9n, maar twee stammen… Er was zelfs een boom met een vogel erin!
Na een minuut of vijf zag ik een bankje en besloot te pauzeren.
Beetje twitteren, paar foto's maken, met verbijstering kijken naar een middelbare mevrouw in een rood trainingspak die hijgend langs kwam joggen met een koptelefoon op haar hoofd. Onbegrijpelijk: een aanranding door de plaatselijke bospsychopaat waiting to happen!
Vlakbij stond een paal met informatiebordjes. De teksten stelden me bepaald niet gerust. Ze hadden betrekking op 'Grote Grazers' die kennelijk het bos bevolkten.
Wanneer je het ongeluk had een of meer (ze schijnen vaak in kuddes te opereren) van deze creaturen tegen te komen, dan moest je:
-terugkeren of er in een grote boog omheen lopen
-ze onder geen beding voeren of proberen aan te raken
-wat er ook gebeurt: ze nooit maar dan ook nooit in de ogen kijken (denk Bokito).
Ik had het bordje nog niet gelezen of achter me hoorde ik wreed gesnuif en iets wat ik het best kan omschrijven als het schrapen van dierenklauwen over droge bosgrond.
In een fractie van een seconde greep ik m'n fiets en scheurde met een noodgang het bos uit, terug naar de autoweg. Een ouder echtpaar, doorgewinterde backpackers in ANWB-outfit, kon nog net op tijd wegspringen, het ruiterpad op.
En toen, ik zal het moment nooit vergeten, reed ik het bos uit. Ik was in veiligheid! Het chroom van auto's, glimmend in het vroege lentelicht: is er iets mooiers?
Morgen moet ik er weer aan geloven, maar dan neem ik een andere, minder gevaarlijke route.
Loopt er eigenlijk een fietspad langs de A1?